Afdrukken

Omgangsregels CGK Nieuw-Balinge

De omgangsregels gelden voor iedereen die namens de kerk een bepaalde taak uitvoert. Ook al is dit bv. bij iemand die de tuin gaat schoffelen.

Dus ook iedereen die de jeugdwerkactiviteiten van de kerkelijke gemeente bezoekt houdt zich aan de omgangsregels die hieronder zijn opgeschreven. Wie dat doet, is van harte welkom!

De omgangsregels worden binnen de diverse clubs en verenigingen elk jaar opnieuw besproken.

Wij laten ons leiden door het liefdesgebod dat Jezus zelf ons heeft gegeven, toen hij zei: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.’ (Mattheüs 22: 37-39).

Wij vinden afspraken over de manier van omgaan met elkaar belangrijk, omdat iedereen zich prettig en veilig moet kunnen voelen. Dit kan alleen als je elkaar in je waarde laat en elkaar met respect behandelt. Dit betekent dat wij in onze kerkelijke gemeente alle vormen van ongelijkwaardige behandeling zoals, pesten, machtsmisbruik, discriminerende, racistische, seksistische of (seksueel) intimiderende gedragingen of opmerkingen, of het hiertoe aanzetten, ontoelaatbaar vinden.

Wij vragen van alle medewerkers en vrijwilligers, kinderen, hun ouders of andere bezoekers, dat zij meewerken aan het naleven van de omgangsregels. Niet alle zaken die anderen kunnen kwetsen, kunnen we in regels verwoorden. Dan zouden het er veel te veel worden. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat als iets niet genoemd wordt, dit wel toelaatbaar is.

  1. Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij/zij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee binnen de kerkelijke gemeente.
  2. Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
  3. Ik val de ander niet lastig.
  4. Ik breng geen schade toe aan de ander of aan wat van hem/haar is.
  5. Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie.
  6. Ik vloek en scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
  7. Ik negeer de ander niet.
  8. Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen. Ik praat niet over de ander, maar met de ander.
  9. Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet.
  10. Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
  11. Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht.
  12. Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk.
  13. Als iemand mij hindert of lastigvalt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt vraag ik een ander om hulp.
  14. Ik voel me verantwoordelijk voor de ander. Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich daar niet aan houdt op aan en meldt dit zo nodig bij de leiding of een ouderling.